Vier.

Het heeft me vier maanden gekost om uit de situatie te stappen, voor eventjes, om dan terug thuis te komen en overvallen te worden met verdriet.
Verdriet.
Hét verdriet. Het is er.
Eindeloze sloten verdriet.
Het loopt over.

Eindelijk.

Ik kan niet aan je denken zonder tranen.
Ik kan niet over je vertellen zonder een krop.

Ik heb verlangd naar dit moment. Naar het terug-in-bed-kruipen-en-laat-mij-maar-met-rust.
Uitgekeken naar het mógen overlopen.
Oeverloos. Hopeloos. Verloren.

Je bent het buisje as dat past in mijn hand, of op de kast.
De grote urne in onze dressing, waar ik je bedelf – bedwelm – onder mijn stapels kleren, omdat ik de energie niet heb om daar alles op te ruimen, of omdat ik je niet wil vinden onder die bergen van mezelf.

Het doet pijn.
Mijn lijf sputtert.
Mijn lijf weet niet meer hoe het moet.
Het verdriet duwt de adem uit mijn longen, klemt mijn hart vast.

Vandaag vier maanden al zonder jou.
Voor altijd vierenveertig.
Veel vieren.

We hadden samen nog zoveel meer te vieren.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑