Reveil.

Oktober kwam. En passeerde. Alsof we ergens in een andere wereld in een ander universum vertoefden. En dat mag je eigenlijk ook wel letterlijk nemen: we verbleven de eerste helft van oktober in de ‘suite’ van het kinderziekenhuis: op de bovenste verdieping in de schoonsten hoek, met uitzicht over Leuven. Een en-suite zelfs, maar zonder bad dan in onze badkamer. Wel een warm bad van mensen daar en mensen van hier die dan eventjes naar daar kwamen. We werden gedragen in een bijzonder donkere, lastige periode. Dagen van onzekerheid, all the feels.
Maar we kwamen thuis, Sofia en ik. En we hielden elkaar en de broers en de zus goed vast. Want we hadden elkaar gemist. Heel erg hard. We zochten en vonden terug onze gezinsdynamiek.
All’s Well That Ends Well.
Schreef Shakespeare.
En voor een stukje voelde het zo, maar er is ook voor altijd een stukje weg, een stukje gezinsidentiteit voorgoed verdwenen en tegelijk zo hard aanwezig in hoe ik moet moederen en vaderen tegelijk, hoe hij over de tongen rolt, hoe hij wordt herinnerd, hoe er wordt gelachen om wat hij déed, hoe hij op tafel wordt gezet, hoe hij zo voor altijd ook niet meer ‘hier’ is.

Vlak voor wij naar UZ Leuven trokken kreeg ik de vraag van Pieter van Reveil vzw of ik ons verhaal wou brengen tijdens het slotmoment op 1 november.
Ik beken, ik heb niet getwijfeld. In traditioneel Vlaanderen is rouwen nog steeds een stukje taboe. Toen Alexander plots stierf, en wij precies amper te tijd hadden om te bevatten wat er gebeurd was en stond te gebeuren, heb ik aan alles in mijn lijf gevoeld dat het niet de manier zou zijn waarop we afscheid zouden nemen. Dít, de ‘traditionele’ manier, die paste niet bij ons. Ik had gelukkig het schoonste team dat mee met mij aan de koorde trok.
Ik vouw mijn handen samen dat ik op die bizarre zaterdag Lieke belde, en wat later ook Katrien aan de telefoon had. Dat ik me niet moest laten opjagen. Er was tijd. There and then vond ik ‘mijn vrouwen’, de vrouwen die mij aanspoorden dat buikgevoel te volgen, óók op dat vlak, dat onbegane pad van afscheid nemen van een partner, een vader, een zoon, een broer, een vriend. Mijn maatje.

Dus toen Pieter belde heb ik niet getwijfeld. Maar ik was wel oprecht verrast.
Want ik ben toch gewoon maar Ellen, Ellen die gewoon maar haar buikgevoel heeft gevolgd…?

Fast forward naar vrijdag 1 november.
Reveil.
Slotmoment Troosthoofdstad Wevelgem.
(Zei ik al dat ik bijzonder tróts ben dat gemeente Wevelgem, na échte steden Kortrijk, Leuven, Brugge en De Panne, Troosthoofdstad mocht zijn…?)
Dat het bijzonder fijn was, daar in de coulissen. Ik mocht er Tine van het Rouwcollectief ontmoeten. En Nona van Braeckel van de podcastreeks ‘Na de rouwstoet’. En zoveel andere schone mensen. Een warm bad.
Dat ik heel bewust daar in het moment heb gezeten, in de zetel naast Lieve Blancquaert, samen met Oscar. Ons spookske. Hij die zorgde voor algemeen gelach en in een o zo stil moment.
Dat ik heb kunnen vertellen wat voor ne schone mens Alexander was en hoe evenredig hij wordt gemist. Hoe we het doen, zo zonder hem, maar toch ook altijd een beetje met hem. Hoe hij nog is thuisgekomen, tussen zijn overlijden en de afscheidsdienst, en hoe bijzonder helend dat was in een veel te harde week. Hoe hij op de piano staat, met zíjn zomerhoed. Hoe hij in tuinen bloeit, en geknipt wordt en binnen wordt gehaald, op tafel wordt gezet. Hoe hij wordt gekoesterd, verzorgd, bewonderd.

Na ons gesprek zong Wannes Cappelle over drie seconden. Het sijpelde maar traag binnen… Ook ons leven is voorgoed veranderd op enkele onnozele seconden tijd. Voor altijd anders. Voor altijd een leven voor en een leven na.
Ik had weinig tijd om te voelen, daar in dat moment. Die headsetjes moesten losgekoppeld worden, en Oscar nam me vast. Nam me heel erg stevig vast. Huilde stilletjes en zei dat hij me o zo graag zag. Het was ons momentje. Meer dan drieduizend man keek naar een podium met Wannes en Lieve, en achter de zwarte gordijnen van het decor namen wij elkaar vast in alle verlorenheid.

Als in een bubbel.
Zo heb ik de rest van die tijd voelen glijden.
Pas toen het slotnummer aanbrak, ‘Het langste jaar’, kwamen ze en bleven ze komen, de tranen.
Toen het nummer in oktober 2023 gereleased werd, heb ik me er bewust voor afgesloten. Wij záten godverdomme nog maar net (en modderdiep) in dat langste jaar. Ik hoefde niet te weten of te horen hoe lastig de 10 volgende maanden nog moesten worden. Dus ik sloot me af, luisterde niet.
Maar toen ik daar zo stond, in alle stilte onder de donkere bomen van het park, met zoveel stille getuigen in ons gemeentepark, toen liepen ze. We hadden dat kakjaar, het langste jaar, overleefd. Met vallen en opstaan, maar we stonden wel nog recht.

We mochten landen, de kids en ik, in de bib in het park.
Landen in het warmste gezelschap, met schone zielen die óók rouw hebben gevoeld, rauw en ruw.
We hebben gelachen.
En pannenkoeken gegeten.

Maar toen de stoelen in het park waren gestapeld en het podium was opgeruimd, zetels en zwarte doeken incluis, en ik naar huis trok met mijn lievelingsmensjes dichtbij… Toen begon het te dagen.
Alles staat stil
Iets is gebroken
En ik moet nu naar huis
Want de poorten sluiten
En jij lijkt
Zo dichtbij

Thuis wacht er niemand meer op mij
En de zon verft de graven
Rood

Koen Wauters zong het zo schoon.
Maar het is míjn dagelijkse realiteit.
Thuis wacht er niemand meer op mij.

Ik heb gedaan die avond waar ik zo principieel tegen ben… Ik drink geen alcohol alleen.
Maar ik heb mezelf een gin tonic uitgeschonken. Met de Okavango gin die ik meenam uit Botswana. Het is het dichtst dat ik ooit nog zal zijn, bij Alexander. Daar, in de startblokken van ons leven.

Dus ik dronk op hém, op al die schone tijd samen, op de allenigheid die ik zo diep voel sinds hij er niet meer is.
Ik dronk op onze kinderen, immer enthousiast en o zo veerkrachtig. Op hun maturiteit, op hun talenten, op wat voor schone menskes ze zijn.
Ik dronk op het langste jaar, op hoe goed we dat samen hebben kunnen overleven.
En ik dronk op het leven, dat bovenal.
Want hij zou het niet anders gewild hebben.

Cheers.

Wie graag het slotconcert opnieuw bekijkt, dat kan hieronder. Ik mocht het hebben over zijn thuisopbaring, over ‘zijn’ Dear Alexanders, over het warmste netwerk (thank you all in there, in het warmste whatsappgroepke) en over zijn koesterportret.
En Oscar mocht zo heerlijk eerlijk Oscar zijn.
❤️

Foto: Dave Lust
Foto: Dave Lust

2 gedachten over “Reveil.

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie op Christine Bijttebier Reactie annuleren

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑